Op naar de volledige
verbranding
Al miljoenen jaren probeert
de mens een zo volledig mogelijke verbranding te bekomen.
Dit puur uit economisch oogpunt, want brandstof heeft steeds
veel moeite en/of geld gekost. De laatste decennia is het
economische wel wat minder belangrijk geworden. Zolang grote
hoeveelheden brandstof konden worden uitgespaard, was elke
technologische ontwikkeling een markt waard. Maar naarmate
er steeds minder calorien te "vangen" vielen, nam
de aandacht daarvoor af. In die mate zelfs dat heel wat pure
sfeerverwarmingstoestellen niet eens veel moeite doen om een
volledige verbranding te bekomen. Verwarmen is toch niet de
eerste bekommernis
alleen een mooi vlammenspel.
Vanuit milieuoogpunt blijft
evenwel een enorm verschil bestaan tussen toestellen die 90
%, 99 % of 99,9 % van een brandstof echt opbranden. De 10
%, 1 % en zelfs de 0,1 % overeenkomstige luchtvervuiling zijn
allen relevant wanneer het erom gaat de totale luchtvervuiling
door verwarming in te perken. Stel dat in een land een miljoen
verwarmingstoestellen aanwezig zijn, die elk 20 Kg brandstof
verstoken per dag. Wanneer de volledigheid van verbranding
gemiddeld 99 % bedraagt, dan gaat dagelijks 200 Ton onverbrande
brandstof de lucht in. Bij 99,9 % is dit slechts 20 T.
Rookgassen van brandstoffen
vormen een belangrijke milieuhinder. Duizeligheid, irritatie
van de luchtwegen, asthma-aanvallen en zelfs kanker kunnen
daarbij horen. Koolmonoxide en onverbrande koolwaterstoffen
zijn de belangrijkste boosdoeners.
Koolmonoxide
Koolmonoxide (CO) is een kleurloos
en reukloos gas. Het gevaarlijke ervan is dat het menselijk
bloed circa 300 x liever CO opneemt dan zuurstof. In de praktijk
komt dit erop neer dat alle CO-deeltjes die worden ingeademd
in ons bloed terechtkomen. Deze verbinden zich met de rode
bloedlichaampjes, waardoor die geen zuurstof meer kunnen opnemen.
Zodra 40 % van de rode bloedlichaampjes
door CO zijn besmet treedt bewusteloosheid op. Bij een besmetting
van 65 % is reeds sprake van hartstilstand.
Klachten bij een beperktere
CO-vergiftiging zijn hoofdpijn, duizeligheid, lichte kortademigheid
en een rode gelaatskleur. Het zijn dan ook vooral deze effekten
die optreden bij de vervuiling van de buitenlucht door rookgassen.
Dit algemeen in combinatie met andere vervuilende stoffen,
die als smog vooral de leefbaarheid van de steden aantasten.
Astma-patiënten zijn hiervan de eerste slachtoffers.
Koolmonoxide (CO) ontstaat door
de onvolledige verbranding van een brandstof, in tegenstelling
dus tot kooldioxide
(CO2 met twee in plaats van één zuurstofatoom
per atoom koolstof) als produkt van een volledige verbranding.
Het gehalte aan koolmonoxide in rookgassen geldt dan ook als
maatstaf voor de volledigheid van een verbrandingsproces.
De huishoudelijke en industriele
verwarming vormt slechts een zeer geringe bijdrage tot de
globale CO-vervuiling in Europa. Dé hoofdschuldige
is hier het verkeer.
Teer en koolwaterstoffen
Net als CO zijn Polyaromatische
Koolwaterstoffen (PAKS) en andere eenvoudiger koolwaterstoffen
het resultaat van een onvolledige verbranding, voorgangers
eigenlijk van CO. Bij onvolledige verbranding kunnen uiterst
schadelijke stoffen in de lucht vrijkomen zoals benzeen, tolueen,
xyleen, benzo(a)pyreen, dibenzothiofeen, anthraceen,...
Het aandeel van de direkte vervuiling
met PAKs door de consument bedraagt slechts een fraktie
van het totaal. Verwarming vormt daar evenwel de hoofdbrok
van. Houtkachels en open haarden met een erg onvolledige verbranding
vormen, naast de emissies binnen de cokes- en staalindustrie,
een rem op de door de overheid vooropgestelde reductiedoelstellingen.
Het verkeer blijft anderzijds wel de voornaamste schuldige
en ook de bouwnijverheid levert een bijdrage door gebruik
van PAK-houdende grondstoffen en produkten.
Brandstof en rookgaskwaliteit
Gasvormige brandstoffen, in
casu aardgas, vertonen het enorme voordeel dat verzadiging
met zuurstof uit de omgevingslucht uiterst eenvoudig is. Aldus
is de verbranding van aardgas bij voldoende luchttoevoer uiterst
volledig en de CO-emissie erg laag. In aardgaskachels bedraagt
de CO-emissie 0,001 tot 0,2 % en de laagste waarden bij een
Hoog-Rendements-CV op aardgas bedragen 0,0005 %. Bij vloeibare
en vaste fossiele brandstoffen, respectievelijk stookolie
en steenkool, liggen de CO-waarden beduidend hoger.
Bij de verbranding van aardgas
worden geen PAKS gevormd, omdat de moleculaire struktuur van
aardgas (CH4) dit niet toelaat. De verbranding
van stookolie en steenkool kan wel aanleiding geven tot de
emissie van PAKS.
De verbranding van biogas is
net zo volledig als deze van aardgas. Moleculair zijn beide
immers gelijk. Inzake de verbranding van vloeibare biobrandstoffen
zoals koolzaadolie zijn ons geen CO-waarden bekend. Voor zover
we weten wordt koolzaadolie ook nog nergens als brandstof
voor de verwarming ingezet. De huidig lopende experimenten
betreffen alleen het gebruik van koolzaadolie als vervangmiddel
voor diesel in autos en vrachtwagens.
Hout is een komplexe vaste brandstof.
Ze bestaat uit niet-brandbare komponenten (water en mineralen),
vluchtige brandbare komponenten (kleine koolstofverbindingen
met een laagmoleculair gewicht) en niet-vluchtige brandbare
komponenten (grote koolstofverbindingen met hoog
moleculair gewicht). Door de hitte ontwijken de vluchtige
komponenten de brandstof, waardoor een ontvlambaar mengsel
ontstaat in de zogenaamde primaire verbrandingszone. Dat zijn
de zichtbare vlammen. Onvolledige verbranding ontstaat voornamelijk
als gevolg van een te snelle migratie van vaste of gasvormige
brandbare komponenten doorheen de primaire verbrandingszone,
met onvolledige oxidatie tot gevolg. In een latere fase van
de verbranding, wanneer de meeste vluchtige bestanddelen verbrand
zijn, zal via zuurstofdiffusie in de overblijvende houtskool
oxydatie van de niet-vluchtige bestanddelen optreden.
Rookgaskwaliteit bij de houtverbranding
In ouderwetse houtkachels werden
CO-emissiewaarden genoteerd van 4 tot 17,6 %. Vandaag bepalen
de meeste wettelijke
normen in Europese landen een maximum van 0,4-0,5
% CO. De beste houtkachels, met name de accumulerende
houtkachels of degenen die katalysatoren of bimetaalveren
inzetten (zie verder), halen minder dan 0,1 % CO.
Bij de onvolledige verbranding
van hout komen heel wat onverbrande koolwaterstoffen zoals
benzeen, tolueen en xyleen vrij, vooral in de beginfase van
de verbranding. Maar ook poly-aromatische koolwaterstoffen
(PAKs), treden op in de eindfase van de verbranding.
Voorbeelden zijn benzo(a)pyreen, dibenzothiofeen, anthraceen,...
In een klassieke houtkachel werden emissiewaarden voor koolwaterstoffen
met korte ketens opgetekend van 48 tot 816 mg/Kg brandhout.
De PAK-waarden kunnen in het slechtste geval oplopen tot zon
200 mg/Kg. Vandaag stellen de wettelijke
normen in Europa een maximum van 40 tot 80 mg/MJ voorop.
Hoewel de normen nogal uiteenlopende interpretaties en testmethoden
hanteren komt dit neer op een zeer sterke daling van de uitstoot
aan teer en koolwaterstoffen. Bij de beste houtkachels, met
name de accumulerende
houtkachels of degenen die katalysatoren inzetten,
zijn PAKS niet meer detecteerbaar. De waarden voor koolwaterstoffen
algemeen dalen er tot ongeveer 10 mg/Kg.
Tegenover pakweg 10 jaar geleden
voltrok zich in de houtkachelbranche dus een ware revolutie.
En deze gaat dikwijls veel verder dan voorgenoemde nieuwe
wettelijke normen, ondermeer door de evolutie van de wetgevingen
in andere landen, de anticipatie van de producenten op toekomstige
marktevoluties en de commerciële waarde van het milieu
als verkoopargument.
Luchtregeling met bimetaalveren
Een belangrijke techniek is
de toevoer van lucht op diverse niveaus in het verbrandingsproces,
de zogenaamde primaire, secundaire en tertiaire luchtstromen.
In vele kachels moet dit manueel worden aangepast, als het
al mogelijk is. Top-merken in niet-accumulerende houtkachels
regelen dit evenwel volautomatisch met speciaal daartoe ontwikkelde
bimetaal-veren. Dat zijn warmte-gevoelige veren die de luchttoevoer
regelen naargelang het verloop van het verbrandingsproces.
Te veel lucht koelt het vuur af, terwijl zonder voldoende
lucht de verbranding niet kan plaatsvinden. Zogenaamde smoorkachels,
die de luchttoevoer tot een minimum verlagen om het hout zo
traag mogelijk op te branden en warmte-verlies via de schoorsteen
te minimaliseren, veroorzaken een enorme luchtvervuiling door
onvolledige verbranding. Luchtstromen in de kachel kunnen
ook elektronisch gestuurd worden, maar bimetaalveren zijn
vandaag goedkoper en beter betrouwbaar.
Katalysatoren
De naverbranding van de rookgassen
door gebruik van katalysatoren kent ook steeds meer succes.
Dat zijn ongeveer dezelfde katalysatoren die oorspronkelijk
voor het wagenpark werden ontwikkeld. Meestal vertonen ze
een honingraat-struktuur uit ceramiek die met een dun laagje
katalysatoren is belegd, die de verbranding stimuleren. In
niet accumulerende houtkachels is het de beste manier om een
optimale rookgaskwaliteit te bekomen. Voor gebruik in accumulerende
houtkachels zijn katalysatoren algemeen onvoldoende
hitte-bestendig.
MILIEU
samenvatting
- broeikaseffect - energiebronnen
- toekomst van biomassa - toekomst
van het bos - brandhout kwaliteit
- rookgas kwaliteit - zure
regen - levenscyclus - milieubewuste
stooktips - normen en wetten
|